página 1201H
              

 
       
 


 

                                                   neutraal


                            Neutraal betekent: tussen twee uitersten.

                            voorbeelden:

                            - Duitsland had oorlog met Engeland in de WO2. Zwitserland was neutraal.
                               Zwitserland was niet voor de duitsers en niet voor de Engelsen.

                            - Twee leerlingen hebben ruzie. De leraar bleef neutraal. De leraar koos geen partij.

                            - Een voorwerp is + geladen (statische electriciteit). Een voorwerp is - geladen.
                               Een neutraal voorwerp is niet + en niet -.
                               (als een voorwerp evenveel + als - heeft is het neutraal).


         positief                            neutraal                                   negatief

 


                            - Er zijn op Curacao veel politieke partijen. De Gouverneur moet neutraal zijn.
                              Hij mag geen politieke voorkeur laten blijken.

                            - De versnellingsbak van een auto heeft de versnellingen 1, 2, 3, 4, 5 en R. In het midden is neutraal.
                               Neutraal betekent: geen versnelling.