Informatiekunde klas 1    les 1

Een orkaan is een sterke storm die om een middelpunt draait.. MIn het midden zit het "oog". In het oog is geen wind, wolken en regen..
Een orkaan kan veel regen laten vallen.
Onder een orkaan komt de zee omhoog.

 

 

 

 

Als er een orkaan komt moet je je voorbereiden.. Zorg dat al je dokumenten veilig en droog zijn. Vul flessen met drinkwater. Koop voor een paar dagen eten en laad je telefoon, powerbank en zaklamp op.u.
Tijdens een orkaan moet je in de kleinste kamer van het huis schuilen.

Er zijn op Internet veel weer-kaarten te vinden. Als je  NOAA hurricane  intiept krijg je een betrouwbare kaart.



                                 Een weerkaart met voorspelling (forecast) van een orkaan.

                                                       

 

Vraag 1 t/m 5 gaan over bovenstaande kaart.

1 Wat is de naam van de orkaan?

________________________________________________


2 Welke kategorie is de orkaan op woensdag? (Wednesday)

________________________________________________


3 Waarom zijn de roze symbolen dicht bij elkaar en de gele ver van elkaar?
   Leg uit.

______________________________________________________________________________________

_______________________________________________________________________________________

 

4   Gaat de orkaan op een land? welk land?
     A geen
     B USA
     C Canada
     D Cuba

5  Hoe sterk is de orkaan dinsdag? (tuesday)
    A  storm
    B  cat  I
    C  cat II
    D  cat III
    E   cat IV
    F   cat V

6  Vermeld een plaats of wijk die tijdens een orkaan onder water kan komen te staan.

         _______________________________________

7  Kijk naar onderstaande afbeelding. Schrijf elk land bij de lijn..
    Je moet dit leren voor het proefwerk en GP.


                                  

                 bron en credit: Wikipedia

8     Waar kan je het beste schuilen tijdens een orkaan?

         _________________________________________________ 

9     Zie bovenstaande afbeelding

a    Hoeveel orkanen zijn er?         _____________________

b    Hoeveel stormen zijn er?   _____________________

c    Op welk land is  Grace?   Schrijf de naam van het land.               _____________________

d    Wat is er met storm Fred gebeurt? Fred was een storm, maar nu ......   _______________________